Maria Zonneveld

Gefreubel en geleuter

Het begin

 Op 5 juni 1956 ben ik geboren in Weert. Aangezien mijn vader en moeder geen huis hadden woonde ze in een caravan bij mijn opa en oma in de tuin. Deze stond onder een kastanjeboom. In die caravan ben ik geboren. Ik geloofde dit niet en heb haar gevraagd of ze niet in het ziekenhuis was bevallen. Ze verzekerde me dat dit niet het geval was. Ik ben geen zigeuner, maar ik ben wel op wielen geboren. Dit was wel een erg apart begin van mijn leven.

Mijn tante vertelde mij dat als zij thuis kwam van haar werk ik al klaar stond, omdat zij met mij “moest” gaan fietsen. Eerder werd ik niet rustig. Het gevolg daarvan was dat toen mijn moeder met mij aan het wandelen was iemand de opmerking maakte dat het toch fijn was dat zij met de kleine van haar zus mocht wandelen.

Volgens verhalen van mijn zus dronk zij mijn fles leeg als mijn moeder even niet keek. Ik heb echter niet het gevoel dat ik iets te kort ben gekomen.

Kleutertijd

Mijn vader was beroepsmilitair bij de Koninklijke Landmacht. Hij werd naar Schoonhoven overgeplaatst en wij volgde als gezin. We woonde in een flat in de Jan Lutmanstraat.  Daar heb ik mijn kleutertijd doorgebracht. Boven ons woonde een gezin met 3 kinderen, 2 jongens en 1 meisje. Hier hadden wij veel contact mee. Ik weet dat tante Corrie mij heeft leren knipogen.

Als kleuter was ik nogal ondernemend. Aan het eind van de weg was drijfzand. Je raadt het al wie daarin verzeilde. Gelukkig ben ik er op tijd uitgehaald.
Toen ze onze flat aan het meniën waren heeft onze boven buurjongen mij maar in de menie gezet. Ik had sproeten, maar roesten zou ik niet meer. Mijn moeder had een grote klus om dat weer van mij af te krijgen. Ik werd in het lavet gezet en mam ging aan de gang. Ik had heel lang haar, dus om te beginnen werd dat met petroleum gewassen.

Mijn broer is daar geboren, dus toen waren we met 3 kinderen.

Lagere school

 Mijn vader werd over geplaatst naar Venlo, dus wij volgde weer. Dat was in de tijd dat ik naar de lagere school ging. We woonde aan de rand van een buurt met sociale huurwoningen, wat ze toen achterbuurten noemde. De lagere school was een meisjesschool waar ik naar toe ging met de kinderen uit die buurt. 6 jaar lang heb ik het gevoel gehad dat ik een buitenbeentje was en werd ik gepest. In die tijd was er geen aandacht voor, maar je bent wel eenzaam en je kunt je verhaal nergens kwijt. Mijn moeder zei: sla je schoen op hun kop kapot, krijg je van mij een paar nieuwe. Ik heb dat geprobeerd, maar de lerares was daar toch niet zo gelukkig mee. Dat mijn moeder werkte en mijn vader militair was maakte het er niet beter op. Vriendinnen en vrienden had ik niet. De kinderen die in hetzelfde blok of die er naast woonden waren ouder of jonger als ik, dus daar had ik in die tijd ook weinig contact mee.
Eigenlijk kon ik best goed leren, maar ik was niet gelukkig op school, dus leren deed ik ook niet. Later heb ik daar wel eens spijt van gehad, maar in de praktijk heb ik later de meeste kennis opgedaan.

Zoals ik al schreef, mijn moeder werkte full time buitenshuis. Iets wat heel uitzonderlijk was in die tijd. Dat hield wel in dat ik klusjes in huis moest doen. Mijn zus was werken en mijn broer was te klein. Dus ik was degene die bij moest springen. Op woensdagmiddag als we vrij waren kon ik dus niet buitenspelen, want er lag een briefje klaar met wat ik moest doen. Een ding dat vaste prik was: op mijn broertje passen. Toen maakte het mij niet uit. Ik wist niet beter.
Ik ging op turnen en dat vond ik heel leuk. Daarna heb ik een tijdje aan tafeltennis gedaan, maar daar had ik geen aanleg voor. Handbal heb ik nog het langst volgehouden, dat was echt mijn ding.

In de zomermaanden gingen we ieder vrij uurtje, als het mogelijk was, zwemmen in het buitenbad de “Onderste molen” en in de wintermaanden in het Sportfondsenbad. Ook in de speeltuin van de camping “Ons Buiten” kon je ons veel vinden. Later werd het een strandje langs de Maas. Op een binnenband schommelen op de golven, of op een schip klimmen en er dan weer vanaf duiken. Dat ik dat gedurfd heb snap ik nu niet meer. Maar ja, je moest toch ergens in uitblinken. De Maas overzwemmen was ook een uitdaging.

Tiener

Na de lager school ben ik naar de LEAO gegaan. Volgens het schooladvies had ik misschien Heao, maar zeker Mulo kunnen halen, maar omdat ik geen moeite deed om te leren was het advies LEAO. Daar rolde ik dus ook doorheen. Deed weer geen moeite en haalde dus gemiddelde cijfers.
Echter, mijn lijf begon zich te ontwikkelen. Mijn boezem werd steeds groter en werd vaak het onderwerp van opmerkingen en pesterijen. Dus ook op deze school was ik er niet vanaf. Jarenlang heb ik met een verwijsbriefje in mijn zak gelopen, maar nooit de moed gehad om er iets aan te doen. 
Helaas had een “oom” (vriend van mijn vader) dat ook door en kon zijn handen niet thuis houden. Door zijn dreigementen was ik te bang om dit aan mijn ouders te vertellen en hebben dit nooit geweten. Achteraf denk ik dat mijn vader hem wat aangedaan zou hebben, maar helaas zullen we dat nooit weten. Ik heb er geen trauma aan over gehouden, maar soms komt het bovendrijven.

Werken

 Na mijn schooltijd ben ik gaan werken bij van Haren, snelbuffet, postagentschap en op de boekhouding van een groot bedrijf.

Daarna ben ik naar de marine gegaan. De beste keus die ik ooit gemaakt heb. Het verhaal hierover staat in deel 2.